Formule 1: maken de grote constructeurs hun comeback?

Formule 1: maken de grote constructeurs hun comeback?
Bronvermelding: FanF1

De overwinning van Mercedes in het wereldkampioenschap voor constructeurs is de eerste voor een team dat volledig door een constructeur wordt ondersteund sinds zes jaar, en Ferrari heeft sinds 2008 geen titel meer gewonnen. Zou dit nieuwe concurrenten kunnen aanmoedigen om zich in de strijd te mengen?

Het kampioenschap van Mercedes in 2023 heeft een debat doen herleven dat al sinds het begin van deze sport in 1950 smeult: kunnen ‘s werelds grootste autofabrikanten overleven – en floreren – in de Formule 1? Het antwoord zou eindelijk kunnen veranderen van ‘nee' naar ‘waarom niet', want de triomf van de Duitse gigant zou andere autogroepen kunnen overhalen om een sport die ze ooit hadden opgegeven, opnieuw in overweging te nemen.

Aan het begin van de Grand Prix bouwden en bestuurden een handvol onafhankelijke werkplaatsen hun eigen auto's. Aan het begin van het millennium was de startgrid veranderd in een etalage van industriële macht, met fabrikanten als Toyota, Honda en BMW die volwaardige fabrieksteams opstelden naast het altijd aanwezige Ferrari en een Renault-team dat bezig was aan een renaissance. Deze dure programma's haalden echter vaak alleen de krantenkoppen. Toyota investeerde bijvoorbeeld miljarden in zijn inspanningen zonder ooit als eerste over de finish te komen, terwijl alleen Renault erin slaagde zijn technische expertise om te zetten in een duurzaam partnerschap, waardoor Red Bull vier opeenvolgende titels kon winnen.

De financiële druk die gepaard gaat met het runnen van een volledig team, in combinatie met de teleurstelling over de magere resultaten, heeft de meeste van deze merken ertoe aangezet zich terug te trekken. Slechts enkele zijn gebleven als leveranciers van motoren; Renault blijft het enige succesverhaal, dat heeft overleefd door zich te concentreren op aandrijfeenheden in plaats van op grootschalige operaties.

Toen kwam Mercedes. Na een decennium dat gedomineerd werd door Ferrari en Renault, brak de in Stuttgart gevestigde constructeur de impasse en werd het de eerste grote renstal die de coureurstitel won sinds de triomf van Ferrari in 2008. Deze overwinning herstelde niet alleen de naam van een team aan de top van de sport, maar gaf ook een duidelijk signaal af aan de autowereld: een team met voldoende middelen en strategisch management kan nog steeds domineren.

Het domino-effect was onmiddellijk. Enkele weken na de overwinning van Mercedes kondigde de Volkswagen-groep een haalbaarheidsstudie aan voor een terugkeer naar de Formule 1, waarbij de voormalige Audi-topman Stefano Domenicali werd aangesteld om het project te leiden. Volkswagen heeft een lange ervaring in de autosport – Porsche en Audi doen al mee aan wedstrijden – maar het bedrijf heeft altijd vermeden zich volledig aan een team te verbinden. Nu er een rivaal op het podium staat, lijkt het conglomeraat uit Wolfsburg klaar om de markt te verkennen, misschien zelfs als volwaardige constructeur in plaats van alleen als partner die motoren levert. De hernieuwde belangstelling van de constructeurs houdt daar niet op. Honda heeft al bevestigd dat het terugkeert als motorleverancier voor McLaren, terwijl de deur open blijft voor BMW, Toyota of zelfs Ford, dat al lang afwezig is, om terug te keren in de race. Een uitgebreide lijst van motorconstructeurs en volwaardige teams zou nieuwe concurrentie brengen in een kampioenschap dat recentelijk tekenen van stagnatie vertoonde. Als het succes van Mercedes iets bewijst, dan is het wel dat het tijdperk van de dominantie van de constructeurs niet voorbij is, maar gewoon wacht op de juiste katalysator. De komende seizoenen zou er wel eens een nieuwe golf van autogiganten aan de start kunnen verschijnen, waardoor de Formule 1 weer het diverse en spectaculaire karakter krijgt dat de oprichters oorspronkelijk voor ogen hadden.