Fernando Alonso: meester in het tarten van conventies

Fernando Alonso: meester in het tarten van conventies
Bronvermelding: FanF1

De overstap van Alonso naar Aston Martin heeft voor een schokgolf gezorgd in de wereld van de Formule 1. Door Alpine te verlaten en zich aan te sluiten bij het team van Lawrence Stroll, heeft de tweevoudig wereldkampioen alle voorspellingen over zijn volgende bestemming doorbroken.

Toen een 19-jarige Spanjaard in 2001 zijn intrede deed op het circuit van Melbourne, konden maar weinig mensen zich voorstellen welke bewogen odyssee Fernando Alonso te wachten stond. Na slechts één seizoen in de Formule 3000 werd het jonge talent ontdekt door Flavio Briatore en maakte hij zijn debuut in de Formule 1 bij het bescheiden team Minardi, een weloverwogen beslissing om zijn ontwikkeling te beschermen. Na slechts zeventien races bood Renault hem een baan als testcoureur aan voor 2002, en het jaar daarop was hij fulltime coureur voor het Franse team. De vier jaar die Alonso in de geel-blauwe auto's van Renault doorbracht, zouden het hoogtepunt van zijn carrière worden. Tussen 2003 en 2006 behaalde hij 15 overwinningen, 15 polepositions en 37 podiumplaatsen, en won hij twee opeenvolgende wereldtitels in 2005 en 2006, waarmee hij een einde maakte aan de vijfjarige hegemonie van Michael Schumacher aan de top van deze sport.

Deze triomfen vormden echter de basis voor zijn volgende uitdaging. In december 2005, terwijl hij nog zijn eerste titel vierde, kondigde Alonso zijn overstap naar McLaren voor 2007 aan, waarmee hij zich positioneerde als de sterspeler van het team. Deze overstap werd gepresenteerd als een stap naar nieuwe uitdagingen, maar de realiteit bleek heel anders. Zijn 22-jarige rookie-teamgenoot Lewis Hamilton overtrof al snel de verwachtingen, won zes races en maakte van de strijd om het kampioenschap een duel tussen drie coureurs, met Kimi Räikkönen van Ferrari. Alonso, die gewend was om duidelijk de nummer één te zijn, raakte verstrikt in een interne rivaliteit die beide coureurs de titel kostte, terwijl McLaren vervolgens te maken kreeg met een kostbaar spionageschandaal waardoor het het constructeurskampioenschap verloor.

Ontgoocheld keerde Alonso voor het seizoen 2008 terug naar het verzwakte Renault. Met de R28, die een stapje achterbleef op de toonaangevende auto's, wist hij toch twee overwinningen te behalen, in Singapore, temidden van de beruchte “Crashgate”-controverse, en in Japan, waarmee hij zijn vermogen onderstreepte om het beste te halen uit een machine van mindere kwaliteit. De aerodynamische omwenteling van het jaar daarop zorgde ervoor dat het team nog verder gemarginaliseerd werd, met slechts één poleposition in Hongarije en één podiumplaats in Singapore voor het einde van zijn tweede periode bij Renault.

In 2010 deed zich een nieuwe kans voor toen Ferrari, dat zijn fortuin wilde herstellen na de gedeeltelijke pensionering van Kimi Räikkönen, Alonso contracteerde. Deze samenwerking viel samen met de opkomst van Red Bull onder leiding van Sebastian Vettel, en ondanks drie opeenvolgende tweede plaatsen in het kampioenschap (waaronder hartverscheurende nederlagen in de laatste races van 2010 en 2012) wist Alonso de titel nooit meer te veroveren. De spanningen binnen de Scuderia namen toe en critici beschuldigden hem ervan zijn rol te hebben overschreden. In 2014 zorgde de overgang van Ferrari naar het tijdperk van V6-turbohybride motoren ervoor dat het team achterop raakte, en het laatste seizoen van de Spanjaard in de iconische rode overall eindigde met een vierde plaats in het klassement, ver achter het dominante Mercedes.

Alonso's carrière, gekenmerkt door een veelbelovend debuut, strategische ommezwaaien en terugkerende episodes van slechte timing, illustreert hoezeer het succes van een coureur zowel afhangt van een goede auto en een stabiele omgeving als van zijn ruwe talent.

Terwijl de meeste coureurs hun hoogtepunt achter zich hebben, blijft Fernando Alonso het tegendeel bewijzen. De niet-aflatende zoektocht naar een derde wereldtitel heeft de Spanjaard van de top met twee titels naar de diepten van niet-competitieve auto's gebracht, en vervolgens weer naar de top, met een verrassende overstap naar Aston Martin, wat wel eens zijn laatste kans zou kunnen zijn om alles te winnen.

Alonso beleefde zijn eerste teleurstelling in 2015, toen hij bij McLaren kwam op het moment dat het team zijn samenwerking met Honda hernieuwde. Na zes jaar afwezigheid in de koningsklasse kwam hij met hoge verwachtingen, maar uiteindelijk kreeg hij een V6-turbomotor die meer op die van de GP2 leek dan op die van de Grand Prix. Door betrouwbaarheidsproblemen had McLaren moeite om punten te scoren, en een woede-uitbarsting via de radio in Suzuka, waarin hij de motor een “GP2-motor” noemde, vatte een seizoen samen dat eindigde met een magere totaal van 27 punten. In 2016 kwam er een lichte opleving, toen de betrouwbaarheid van Honda verbeterde en het team begon te strijden om punten in het midden van het veld. Maar deze vooruitgang was van korte duur: een rampzalig chassis in 2017 liet McLaren geen andere keuze dan Honda in 2018 te verlaten ten gunste van Renault. Zelfs een veelbelovende vijfde plaats in Australië kon de groeiende kloof met Mercedes, Ferrari en Red Bull niet verbergen, en het eerste hoofdstuk van Alonso's F1-carrière eindigde zonder dat hij ook maar één overwinning had behaald. Hij won de 24 uur van Le Mans in 2018 en herhaalde deze prestatie in 2019, waarbij hij het wereldkampioenschap endurance won. Zijn ambitie om de exclusieve Triple Crown van Graham Hill te evenaren, bracht hem ertoe om tweemaal, in 2017 en later, zonder succes, de Indianapolis 500 aan te vallen. Hij waagde zich zelfs aan rally-raids en eindigde als dertiende in de Dakar Rally 2020. Het seizoen 2021, dat door de pandemie op zijn kop werd gezet, zorgde voor een herschikking van de startgrid. Het vertrek van Vettel bij Ferrari veroorzaakte een kettingreactie: Carlos Sainz kwam naar Ferrari, Daniel Ricciardo nam de plaats van Sainz in bij McLaren en er kwam een plek vrij bij Alpine (het omgedoopte Renault-team). Alpine greep deze kans aan om zijn voormalige held uit te nodigen voor een derde termijn. Bij zijn terugkeer herinnerde Alonso iedereen eraan waarom hij nog steeds een winnaar is, door regelmatig punten te scoren en in Qatar op het podium te eindigen, zijn eerste podiumplaats sinds 2014. Het volgende seizoen begon wisselvallig, maar de ervaren coureur hield zijn momentum vast, kwalificeerde zich als tweede in Canada en eindigde acht keer op rij in de punten.

Alle ogen waren gericht op het Grand Prix-weekend in Hongarije, dat traditioneel het einde van de zomerstop markeert, in afwachting van een nieuw contract tussen Alpine en Alonso. In plaats daarvan veroorzaakte de aankondiging dat de 41-jarige tweevoudig kampioen in 2023 viervoudig kampioen Sebastian Vettel bij Aston Martin zou vervangen een schokgolf in de paddock. Terwijl rivalen als Mick Schumacher, Nyck De Vries en Daniel Ricciardo in de running waren voor de stoel bij Aston Martin, koos het team voor de ervaren coureur uit Oviedo, waarmee hij aan zijn vijfde F1-team begint en misschien wel zijn laatste kans krijgt om die derde titel te pakken die hem nog ontbreekt.

De carrière van Alonso wordt gekenmerkt door een reeks gewaagde, soms verrassende keuzes: terugkeer naar McLaren-Honda terwijl het team in moeilijkheden verkeerde, stoppen met endurance races voor een verrassende terugkeer bij Alpine, en nu de overstap naar een nieuw, ambitieus team, Aston Martin. Het valt nog te bezien of zijn gok zal lonen, maar één ding is zeker: de Spanjaard weet nog steeds hoe hij de verwachtingen in deze sport op zijn kop kan zetten, en hij zal zich niet zonder slag of stoot terugtrekken.