Na de Grand Prix van de Eifel evenaarde Lewis Hamilton het record van Michael Schumacher met 91 Grand Prix-overwinningen, wat de eeuwige vraag opnieuw deed opleven: wie heeft de grootste stempel gedrukt op de geschiedenis van de Formule 1?
Toen de geblokte vlag op het circuit van de Nürburgring viel, brak Lewis Hamilton met zijn 91e Grand Prix-overwinning eindelijk het langdurige record van Michael Schumacher, waardoor de twee coureurs nu gelijk staan als de meest succesvolle coureurs in de geschiedenis van de Formule 1. Deze mijlpaal, bereikt op 30 juli 2023, sloot een hoofdstuk van 14 jaar en 10 dagen af dat begon toen Schumacher tijdens de Grand Prix van België in 2001 het totaal van 52 overwinningen van Alain Prost overtrof.
De cijfers alleen al vertellen het verhaal van twee tijdperken die gekenmerkt werden door verschillende machines en kalenders. Schumacher behaalde zijn 91 overwinningen in 180 starts, wat neerkomt op een succespercentage van 50,6%, terwijl Hamilton 132 races nodig had om hetzelfde totaal te bereiken, wat zijn winstpercentage op 53,0% brengt. De dominantie van de Duitser concentreerde zich op een periode waarin er minder races waren; hij kende slechts twee seizoenen met meer dan tien overwinningen (13 in 2004 en 11 in 2002). Hamilton daarentegen heeft vijf seizoenen met tien of meer overwinningen op zijn naam staan, dankzij een modern kalender met regelmatig meer dan 20 races.
De overwinningen per seizoen maken het debat nog evenwichtiger. Het meest succesvolle jaar van Schumacher was 2004, toen hij 13 van de 18 races won (72,2%). Dit cijfer ligt iets hoger dan het beste resultaat van het V6 Turbo Hybrid-tijdperk: het seizoen 2014 van Mercedes, dat 16 van de 19 races won (84,2% succes), een percentage dat vrijwel identiek is aan dat van Ferrari in 2004 (15 van de 18, 83,3%). Andere opmerkelijke seizoenen zijn de 13 overwinningen van Sebastian Vettel in 2013 (68,4%) en de 11 opeenvolgende overwinningen van Hamilton in 2014, 2018 en 2019 (elk 57,9%).
Het overzicht van de cycli van dominantie benadrukt de evolutie van het competitieve landschap van deze sport. Na de hegemonie van Ferrari in het begin van de jaren 2000, wonnen Alonso en Renault in het midden van de jaren 2000 de titels, gevolgd door het duopolie van Ferrari-McLaren in 2007-2008, de verrassing van Brawn in 2009, de Oostenrijkse Red Bull-dynastie (2010-2013) en ten slotte de turbo-hybride suprematie van Mercedes vanaf 2014. Elk tijdperk kende een ‘team-coureur'-tandem die nieuwe normen stelde, maar uit de tabellen met overwinningen blijkt dat het seizoen 2004 van Schumacher een van de meest succesvolle in de moderne geschiedenis van deze sport blijft. Naast de ruwe statistieken delen beide kampioenen een reputatie van harde werkethiek. Andrew Shovlin, hoofdingenieur bij Mercedes, beschreef Hamilton na de Grand Prix van de Eifel 2021 als “een van de hardst werkende coureurs die ik ooit heb gezien”, een gevoel dat aansluit bij de toewijding die Schumacher aan het begin van de jaren 2000 toonde, toen intensieve privétests nog waren toegestaan. Hoewel Hamilton zich nu buiten de circuits bezighoudt met mode en activisme, weerspiegelt zijn voorbereiding op het circuit de nauwgezette aanpak van de Duitser, vooral tijdens de titelstrijd die nooit in de laatste race werd beslist.
Uiteindelijk is de gelijkstand van 91 overwinningen minder een statistisch toeval dan een weerspiegeling van de manier waarop de evolutie van het format, de technologie en de structuren van de Formule 1-teams de weg naar grootsheid bepaalt. Of het voordeel nu ligt bij het Schumacher-tijdperk, met minder races maar een grotere dominantie per race, of bij Hamilton, met zijn moderne marathon van regelmaat, het debat zal nog lang voortduren nadat de laatste geblokte vlag is gezwaaid.
Wanneer de lichten doven tijdens een Grand Prix, begint het spektakel dat volgt vaak al lang voor de eerste ronde, in de datarooms, de simulators en de discrete gesprekken tussen een coureur en zijn ingenieurs. Dat is de wereld waarin Lewis Hamilton elk weekend verkeert, een routine die volgens Andrew Sholvin, hoofd prestaties bij Mercedes, de aanpak van Michael Schumacher weerspiegelt toen hij in 2010 bij het team kwam.
“Lewis haalt het maximale uit de auto en de banden, in nauwe samenwerking met Peter Bonnington en Marcus Dudley”, legt Sholvin uit. “Wat ons opviel aan Michael was zijn obsessie voor marginale winst. Hij kon snel rijden, ongeacht het gedrag van de auto, en diezelfde kwaliteiten zien we vandaag bij Lewis.”
De ontwikkeling van Hamilton bij Mercedes is niets minder dan een heruitvinding. Tijdens een decennium van dominantie heeft hij zijn rijstijl, zijn fysieke trainingsprogramma en zijn mentale voorbereiding aangepast om aan de top van zijn sport te blijven. Schumacher heeft op zijn beurt een reputatie opgebouwd als harde werker, een coureur wiens nauwgezette voorbereiding als referentiepunt heeft gediend voor de volgende generatie, waaronder Hamilton. Beide mannen delen een bijzondere beheersing van het racen op een natte baan, een vaardigheid die hun carrière in het begin heeft gekenmerkt. Schumachers overwinning in de regen in Spanje in 1996 met Ferrari en die van Hamilton tijdens zijn nationale Grand Prix in Groot-Brittannië in 2008 met McLaren behoren nog steeds tot de meest iconische prestaties in deze sport. Hun vermogen om hun rivalen onder de moeilijkste omstandigheden voor te blijven, heeft hun status als legendes versterkt.
Hun strijd strekte zich uit tot buiten het circuit. De felste rivaliteit van Hamilton ontstond binnen zijn eigen team tussen 2014 en 2016, toen zijn teamgenoot Nico Rosberg 20 overwinningen behaalde in 59 races en de titel van 2016 in de wacht sleepte. De Grand Prix van Bahrein in 2014, die Hamilton na een gespannen radio-uitwisseling won, staat nog steeds in het geheugen van de fans gegrift. De dynamiek binnen het team van Schumacher was anders: vanaf 2000 speelde Rubens Barrichello de rol van schild, waarbij hij zelfs de overwinning in Oostenrijk in 2002 opgaf door op de finishlijn te remmen om Michael voorbij te laten gaan.
Sindsdien heeft Mercedes een duidelijke hiërarchie aangenomen en sinds de komst van Valtteri Bottas in 2017 een nummer 1- en een nummer 2-coureur aangewezen. Bottas kreeg te maken met controversiële teamorders: hij mocht Hamilton in 2018 in Duitsland niet uitdagen en moest later dat jaar in Rusland zijn eerste plaats opgeven. In tegenstelling tot de eerste jaren van Hamilton heeft Mercedes echter zelden tegen een andere constructeur om de titel moeten strijden; het kampioenschap werd vaak in de laatste race beslist, omdat Hamilton zijn voorsprong nooit tegen een rivaliserende auto hoefde te verdedigen vóór het hoogtepunt van het seizoen.
Wat pure snelheid betreft, ligt Hamilton nog steeds voor op Schumacher, terwijl beide coureurs even toegewijd zijn aan hun werk. Wat racetechniek en strategisch inzicht betreft, vinden velen dat Schumacher nog steeds een voorsprong heeft. De balans tussen deze kwaliteiten laat de discussie open, maar de tijd zou de doorslag kunnen geven. Hamilton's jacht op een zevende wereldtitel, die op 15 november tijdens de Grand Prix van Turkije veiliggesteld zou kunnen worden, zou eindelijk uitsluitsel kunnen geven.
Ongeacht wie uiteindelijk als de beste wordt beschouwd, hebben de fans het geluk gehad om twee van de grootste Formule 1-coureurs te zien die de grenzen van wat een coureur kan bereiken, hebben verlegd. De geschiedenis van deze sport is rijker dankzij de momenten die zij op het asfalt hebben gedeeld.